Oudste pand van Vlieland

Tromp's Huys dankt zijn benaming aan het echtpaar Akersloot-Berg, dat het huis in 1896 kocht en vernoemde naar Admiraal Cornelis Tromp. Deze Nederlandse vlootvoogd trad in dienst van de koning van destijds de 'verenigde landen' Noorwegen en Denemarken, nadat zijn rol in de Nederlanden vanaf 1676 was uitgespeeld.
Vanwege zijn successen tegen de Zweden was hij destijds in Betzy's geboorteland Noorwegen nog altijd ongekend populair.  

Recente studies hebben aangetoond dat een aantal oude legenden rond het huis geen stand houden. Het Tromp's Huys heeft NIET tot de Admiraliteiten van Amsterdam en Het Noorderkwartier behoord en onze 17de-eeuwse vlootvoogden, vader en zoon Tromp en admiraal De Ruyter, hebben het Tromp's Huys NIET bezocht.
Die functionarissen hielden kantoor in het, in 1838 afgebroken, Gemeene Landtshuys dat stond ter plaatse van de huidige percelen Dorpsstraat 47 t/m 51.  

Uit archiefonderzoek is gebleken dat Tromp's Huys, vermoedelijk gebouwd kort nadat de Spanjaarden Oost-Vlieland in 1574 plat brandden, door de eeuwen heen uitsluitend particuliere eigenaren heeft gehad. De oudsten die wij uit de eerste jaren, de periode 1621 – 1644, kennen zijn Pieter Joosten, Jan Ballinghs en
Maartje Hessels. Dan in 1654 koopt Leendert Foukes (1583/1584 – 1660), een schipper en reeder ter Oostzeevaart, het huis. Onder alle volgende particuliere bewoners zijn wel personen te vinden die een functie vervulden bij de Admiraliteit, maar pas na 1700. Er zijn geen aanwijzingen dat Tromp's Huys ooit eigendom van de Admiraliteiten is geweest. 

(met dank aan de heer T.F.H Pronker)